Verloren verleden: Broeders van het Gemene Leven
In 1385 stichtte Geert Groote, een bemiddeld geestelijke uit het Nederlandse Deventer, de 'Broeders van het Gemene Leven". Geert Groote ergerde zich aan de misbruiken waaraan zowel de rijke kanunniken als de arme bedelmonniken zoals de minderbroeders zich schuldig maakten.
De geestelijke uit Deventer inspireerde zich voor een deel op de geschriften van de Brusselaar Jan van ruusbroec. Die was reeds vijftig jaar eerder heftig van leer getrokken tegen het weinig voorbeeldige gedrag van sommige kanunniken van Sint-Goedele. Zij leefden als rijke heren en namen het niet altijd even nauw met het celibaat.
Een kapitaalkrachtige patriciër Filips van Heetvelde zorgde er in 1422 voor dat de Broeders van het Gemene Leven zich ook in Brussel konden vestigen, nadat ze reeds filialen hadden geopend in Groningen, Utrecht, Leuven, Gent en zelfs in Luik.
Filips van Heetvelde gaf de Broeders van het Gemene Leven een huis in de huidige Putterie, tussen het huidige Centraal Station en het Sabena-gebouw. In 1480 verhuisden de fraters naar de Sint-Goriksbuurt, vlakbij de 'Oude Borght' van de hertogen van Neder-Lotharingen.
De Broeders van het Gedrukte Boek
De Broeders van het Gemene Leven verdienden in Brussle de kost als kopiist. Ze schreven boeken over en zorgden voor het inbinden van boeken in banden. In die tijd bestond de boekdrukkunst nog niet.
Maar rond 1440 vond Johannes Gutenberg de boekdrukkunst uit. Brussel kreeg zijn eerste drukkerij in 1475. Het waren de Broeders van het Gemene Leven die de eerste reconversie van handschriften naar gedrukte boeken maakten.
In 1491 kreeg de Broeders de toelating om onderwijs te verschaffen aan arme kinderen. In 1504 mochten ze een Latijnse school oprichten. Na 1550 kampte dit 'goishuys' echter met zware financiële problemen en interne moeilijkheden.
Maar in 1579 namen de calvinisten de macht over in Brussel. De latijnse school werd omgevormd tot een calvinistische school waar honderd arme kinderen uit Brussel onderwijs kregen. In 1585 werd Brussel heroverd door de Spanjaarden. De Brusselse protestanten moeten uitwijken en er komt opnieuw een katholieke Latijnse school.
De Broeders van de Ongelukkige Ramp
Op 20 juli 1587 zouden de leerlingen van de Broeders van het Gemene Leven een mysteriespel opvoeren over het 'Sacrament van Mirakel', de zogenaamde schending van hosties door joden.
Op het kerkhof van Sint-Goedele hadden schrijnwerkers niet alleen een podium opgetimmerd voor de acteurs, maar ook loges voor de toeschouwers. Bij het heffen van het gordijn stortte één van de loges in. Petrus Fabri, de auteur van het stuk, en Eustachius Pipenpoy, schepen van Brussel, kwamen om het leven. Nog een aantal andere toeschouwers raakten gewond.
In het jaar na deze catastrofe werd het huis van de Broeders van het Gemene Leven toegewezen aan de Rijke Klaren, of Urbanisten. Die woonden eerder in Sint-Gillis-op-Brussel. Maar hun klooster buiten de Hallepoort werd in 1578 verwoest tijdens godsdienstige troebelen.
De Rijke Klaren sloopten de gebouwen van de Broeders en bouwden er een nieuw klooster. de Rijke Klaren bleven in de Sint-Gorikswijk tot het einde van de achttiend eeuw. Toen werden zij verdreven door de Franse revolutionairen.
Lees meer over: Samenleving
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.