Verloren verleden: Dwangarbeid in het Deuchthuys
Tussen de Kleine Ring, vroeger de tweede omwalling, en de Emile Jacqmainlaan, daar liep ooit de Zenne, stond tussen 1625 en 1780 het 'deuchthuys' waar bedelaars en leeglopers werden opgesloten om er dwangarbeid te verrichten.
Toen in de vijftiende eeuw de traditionele lakennijverheid in verval raakte, kwamen heel wat ambachtslui zonder werk te zitten. Steeds meer bedelaars zwierven door de straten van Brussel.
De situatie werd verergerd door de godsdienstige onrust van de zestiende eeuw en de oorlogen van de zeventiende en de achttiende eeuw. Niet alleen in Brussel, maar ook in de rest van de Nederlanden zagen talloze mensen zwarte sneeuw.
Vanuit het platteland en kleinere steden trokken sukkelaars naar de 'Princelijcke Hoofstadt van 't Nederlandt'. Zij hoopten in Brussel werk te vinden of desnoods al bedelend in hun onderhoud te voorzien.
Vrees voor oproer
In het begin van de zestiende eeuw greep de overheid in. Die vreesde dat de toevloed van bedelaars en leeglopers uiteindelijk tot oproer zou leiden. In 1531 richtte keizer Karel V de 'Overcaritaet' op. Die instelling moest de diverse initiatieven van armen- en ziekenzorg centraliseren en coördineren. Ze probeerde ook werk te verschaffen aan werklozen.
De overheid trad harder op tegen vreemde lediggangers. De stad Brussel organiseerde grootschalige klopjachten om de ingeweken bedelaars, vagebonden en lediggangers op te pakken en uit de stad te zetten. Een verordening van 13 juli 1599 bepaalde dat de leeglopers naast een geseling ook een brandmerk kregen.
Handen uit de mouwen
In Engeland werden bedelaars vanaf 1550 in tehuizen opgesloten waar ze onder dwang zwaar werk moesten verrichten om hun kost te verdienen. Zo een tehuis opende in Brussel in 1625 zijn deuren. Het Brusselse tuchthuis kwam op het terrein naast de Zenne waar vroeger kalkovens stonden.
De wethouders wilden de marginalen een opvoeding geven, in plaats van geselingen en brandmerkingen. Men zou deze mannen en vrouwen arbeidsvreugde en zin voor tucht bijbrengen. Dit gebeurde onder dwang, daarom werden ze 'dwingelinghen' genoemd.
De mensen die naar het Brussels deuchthuys werden gebracht, waren meestal bedelaars en landlopers, vaak van buiten Brussel, die door de politie van toen werden opgepakt tijdens grootscheepse razzia's. Ze werden tewerkgesteld om lakens te weven of om hout te raspen.
Maar ook heel wat lieden van gegoede families werden er opgesloten als de ouders dachten dat hun zoon niet wou werken of zich slecht gedroeg. Daar wilden ze dan zelfs een vergoeding voor betalen, voor het onderhoud van hun verwant. Op die manier probeerden respectabele families te vermijden dat hun goede naam besmeurd werd.
In pacht
De stad Brussel wilde niet veel geld stoppen in de werking van het deuchthuys, daarom werd het in pacht gegeven aan een directeur voor een termijn van twaalf jaar.
De eerste directeur van het Brusselse deuchthuys was Daniel Sirejacobs die rond 1620 in Brussel startte met de fabricatie van kostbaar Oosters weefsel. In tegenstelling tot gewone bedrijven was het deuchthuys niet onderworpen aan ambachtsreglementen. Bovendien beschikte directeur Sirejacobs over goedkope werkkrachten om zijn lakens te weven.
Toch was het deuchthuys alles behalve renderend. De dwangarbeiders waren niet gemotiveerd en bestalen hun directeur. De weinige stukken textiel die zij voortbrachten waren van een slechte kwaliteit en men geraakte ze niet aan de straatstenen kwijt. De stad Brussel was de belangrijkste afnemer, het minderwaardige textiel werd gebruikt om gevangenen en vondelingen mee te kleden.
De opbrengst van dat textiel was niet voldoende om de talrijke kosten van het deuchthuys te dekken. De dwangarbeiders moesten gevoed en gekleed worden, en er moest voor verwarming en verlichting gezorgd worden. Werktuigen en grondstoffen moesten aangekocht worden. En de directeur moest opdraaien voor de lonen van de bewakers en het keukenpersoneel.
Die grote lasten en de minderwaardige kwaliteit van het textiel zorgde ervoor dat men in 1780 besliste om het deuchthuys te sluiten. Voortaan moesten de lediggangers naar een echte gevangenis.
Lees meer over: Samenleving
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.