Interview

Adil El Arbi over 'Patsers': 'Pas als je denkt dat het too much is, zit je goed'

Niels Ruëll
© BRUZZ
17/02/2025

Photonews

| Regisseur Adil El Arbi en acteur Matteo Simoni

Vanaf dag één wilden Adil & Bilall een spectaculair vervolg breien aan hun bioscoophit Patser. Maar drie Hollywood-films, een Molenbeek-serie en een door Cannes opgepikte film over een Brusselse Syriëstrijder maakten er zeven jaar van. “Die zeven jaar hebben voor een hardere, donkerdere film gezorgd,” vertelt Adil El Arbi over het razende Patsers.

In 2018 trakteerden Adil El Arbi en Bilall Fallah na twee Brussel-films op het Antwerpse Patser. De humoristische actiefilm, over vier drarries van ’t Kiel die zich heel wat ellende op de hals halen door een partij onderschepte coke zelf te verpatsen, was du jamais vu in België. Het publiek reageerde laaiend enthousiast op de misavonturen van Adamo (Matteo Simoni), Badia (Nora Gharib), Junes (Junes Lazaar) en Volt (Saïd Boumazoughe). Dat het toch zeven jaar wachten was op vervolg Patsers had een goede reden: Adil & Bilall veroverden Hollywood. Ze regisseerden Will Smith, Martin Lawrence, ontploffende auto’s en crashende helikopters in twee Bad boys-films. Tussendoor draaiden ze Batgirl, de superheldenserie Ms. Marvel, de Molenbeek-serie Grond en haalden ze het Festival van Cannes met Rebel, een gedurfd muzikaal drama over een Molenbekenaar die in de Syrische hel belandt.

Alle opgedane ervaring resulteert in een Patsers die zowel spectaculairder als ernstiger is. “Die zeven jaar hebben inderdaad voor een hardere, donkerdere film gezorgd,” bevestigt Adil El Arbi, per hoge uitzondering zonder zijn wapenbroeder Bilall Fallah, die in Saoedi-Arabië is gebleven om de volgende film voor te bereiden: een Arabische versie van Bad Boys met twee Egyptische sterren.

Worden de volgende zeven jaar dan even zot en druk als de voorbije zeven?
Adil El Arbi: Het wordt nog anderhalf jaar erg druk, maar daarna wordt het hopelijk toch een beetje rustiger. Het mag ook wel, we hebben haast non-stop gewerkt. Ik ben getrouwd met (VRT-journaliste, red.) Loubna Khalkhali. We willen graag een gezin starten. Daar moet het een beetje rustiger voor zijn.

Zeven jaar geleden leek het alsof jullie het Antwerpse drugsgeweld overdreven in Patser. Ondertussen zijn we granaataanslagen en zichtbaar drugsgeweld gewoon. Kroop dat in vervolg Patsers.
El Arbi: Zeker. Patsers voelt actueler aan. Zeven jaar geleden had Antwerpen nog het aura van een propere, modegevoelige, artistieke stad. Daarmee vergeleken was Brussel crimineel. Maar achter de prachtige façade school een andere realiteit en daarom wilden we zo graag Patser maken. Sindsdien is er veel veranderd. Burgemeester Bart De Wever begon een war on drugs. Het KALI-
team moest de cocaïnetrafiek via de haven van Antwerpen en de drugsclans aanpakken. Toen we aan de eerste Patser werkten, verschenen er niet zoveel artikels over de drugsproblematiek in Antwerpen. Nu heeft zelfs de internationale pers het over Antwerpen als cocaïnehoofdstad. De sfeer werd grimmiger, en dat kroop in de film.

‘Pas als je denkt dat het too much is, zit je goed’

Adil EL Arbi

Regisseur

Humor blijft belangrijk, maar jullie proberen daarnaast wel zaken uit te leggen. Hoe je drugs kan smokkelen, hoe je een procedurefout uitlokt om een drugsbaas vrij te krijgen ...
El Arbi: Vorige keer waren we geïnspireerd door Martin Scorsese-films als Goodfellas, Casino en The wolf of Wall Street. Deze keer schuiven we meer op naar Traffic en The big short, en leggen we bepaalde zaken bijna documentair uit. We hebben nauw samengewerkt met onderzoeksjournalist Joris van der Aa van Gazet van Antwerpen, een levende encyclopedie. Patsers is een actiefilm, maar we tonen ook hoe het er echt aan toegaat. Ik hou zelf enorm van films die entertainen én je iets bijleren.

Patsers oogt spectaculairder dan Patser. Ligt dat aan een groter budget of zijn jullie gewoon beter geworden?
El Arbi: Dat laatste. Na twee Bad boys-films en een serie voor Marvel hebben we veel meer ervaring. Het grootste verschil zit in de voorbereidingsfase. Vroeger improviseerden we actiescènes soms nog op de dag zelf. Nu plannen we alles minutieus. Een actiescène van een pagina in het scenario kan makkelijk vijf draaidagen nodig hebben en vier weken voorbereiding en design.

Qua actie verleggen jullie de grens voor de Vlaamse film, waarvoor hulde, maar binnen de limieten van wat er mogelijk is. Op welke limieten bots je nog?
El Arbi: Je formuleert het juist. We hebben de limieten gepusht van wat er in Vlaanderen mogelijk is. Omdat er sowieso niet veel middelen zijn, moet je slim zijn. Je moet geen Fast & furious willen maken. Het lukt misschien nog wel om aan vijftig auto’s te raken, maar als je maar één dag hebt voor een actiescène en wat ontploffingen zal je daar niet veel aan hebben.

Net als Aboubakr Bensaihi in Rebel laat je Matteo Simoni alle hoeken van de kamer zien. Je laat je hoofdpersonage graag zwaar afzien.
El Arbi: Dat is een leidmotief in al onze films. Will Smith en Martin Lawrence zijn op het einde van onze Bad boys ook volledig naar de zak. De empathie van de kijker wordt getriggerd wanneer hoofdpersonages afzien. Onze films gaan ook vaak over de consequenties van keuzes. Patsers zeker. Wat zijn de gevolgen als je je met drugs inlaat?

SLT0225 Patsers Adil  en  Billal

Adil El Arbi (links) en zijn wapenbroeder Bilall Fallah: “We evolueren naar meer Rebel-projecten. We hebben ideeën voor films die ons heel na aan het hart liggen én we voelen de drang om ze te maken.”

In Patsers toon je even twee jonge voetballertjes die in de verleiding komen om te dealen. Maar vervolgens verdwijnen ze een beetje uit de film.
El Arbi: Onze films zijn altijd gevuld met miljoenen dingen. Heel veel personages, heel veel gebeurtenissen. Overdaad. De boodschap voor de crew is: pas als je denkt dat het too much is, zit je goed. Dat is de stijl van de film. In het scenario hadden die kinderen een grotere rol. We hopen dat er een volgende film komt of zelfs een serie. Maar dat zal van het publiek afhangen.
Dat je steeds meer verhalen hoort over 14- tot 17-jarigen die betrokken raken bij de drugshandel, vind ik nog de donkerste evolutie. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die jongeren niet automatisch voor easy money gaan? Door de donkerte van die wereld te tonen? Door ze het belang in te peperen van een normale, legale job, ook al verdien je daar veel minder mee?

Je toont ook een feestje waarop verschillende bekende Vlamingen hun ‘knuffel-Marokkaan’ onder druk zetten om cocaïne te scoren. Vind je dat de eindgebruiker ook bloed aan zijn handen heeft?
El Arbi: Ja, er is een connectie. Als cocaïne niet zo populair was, dan was er ook geen handel of oorlog om de markt in handen te krijgen. Die scène is een grap, maar toont de consequenties: wie waar gebruikt. Cocaïne is enorm gedemocratiseerd. Vroeger was het de drugs van de rijken, nu kan iedereen het betalen en raken velen eraan verslaafd.

In de gebruikersruimte aan het Zuidstation zit tachtig procent aan de crack.
El Arbi: Dat is de drugs van de armen. Omdat er zo enorm veel coke aanwezig is in België, is crack spotgoedkoop. Een tijd terug zag ik iemand in de metro een crackpijp roken naast moeders met kinderen. Ik heb er nog een video van gemaakt.

“In Brussel hoor je regelmatig vreselijke dingen. Over kalasjnikovs, onschuldige slachtoffers ... Hollandse toestanden”

Adil El Arbi

Regisseur

Ook in Brussel is het drugsgeweld geëscaleerd. Merk je daar zelf iets van?
El Arbi: Ik woon in Brussel. Om de zoveel dagen hoor je een vreselijk verhaal. Er worden kalasjnikovs gebruikt. Op straat vallen onschuldige slachtoffers. Dat zijn Hollandse toestanden. Het heftigere bendegeweld is overgewaaid vanuit Frankrijk. Vooral mensen uit Marseille zijn, naar ik hoor, goed geïnfiltreerd in bepaalde Brusselse wijken. Die lachen er niet mee.

In De afspraak zei Bert Hamelinck, baas van productiehuis Caviar, dat men jullie heeft willen afpersen tijdens het draaien van Rebel in Molenbeek. Klopt dat?
El Arbi: We hebben in Molenbeek al drie films en een serie gedraaid. Er is altijd een moment waarop er iemand afkomt en probeert te profiteren door te dreigen. Dat is helaas standaard. Je kan ze niet betalen, want dan komen zij of anderen ’s anderendaags nog eens. We hebben veel familie en contacten in Molenbeek. Meestal achterhalen we wel wie ons bedreigt en houden ze zich dan koest. Incidenten zijn er nog nooit gebeurd. Maar je kan en wilt geen risico’s nemen, en dus moet je bijvoorbeeld zorgen voor meer security bij de vrachtwagens. Dat geld kan je niet aan iets anders besteden. Antwerpen is chiller. Daar hebben we twee keer helemaal niets meegemaakt, in Brussel vier keer op vier.

SLT0225 Patsers Matteo Simoni

Matteo Simoni in Patsers

Ai, gaan we jullie dan nog wel kunnen verleiden tot meer Brussel-films?
El Arbi: Tuurlijk. Wij beschouwen Molenbeek als onze wijk. Als we in Brussel moeten draaien, zal het altijd daar zijn. Ze zien er ons als familie. Die één of twee ongure figuren worden wel op hun plaats gezet.

We evolueren naar meer Rebel-projecten. Het is niet de bedoeling om te veel commerciële of actiefilms na elkaar te maken. We hebben ideeën voor films die ons heel na aan het hart liggen én we voelen de drang om ze te maken. We willen de macht en de kennis die we met commerciële films verwerven, gebruiken om moeilijkere onderwerpen aan te snijden in persoonlijke, risicovollere films.

Het publiek zei in 2018 duidelijk ja tegen een humoristische actiefilm. Maar na Patser viel het eigenlijk stil. Niemand deed jullie na. Of het zou recent Michiel Blanchart moeten zijn met het Brusselse La nuit se traîne.
El Arbi: La nuit se traîne vond ik fantastisch. De actiescènes waren een enorme stimulans om het minstens even goed te doen. Het zou goed zijn als er meer van dat soort films waren. Met spektakel lok je publiek naar de bioscopen. Als Patsers de helft van het succes van Patser evenaart, zullen we al blij zijn. Zalen vullen is moeilijker geworden.
Na Black en Patser dachten we dat er opvolging ging komen. Als een film het goed doet in Vlaanderen, krijg je meestal een aantal soortgelijke films. Dat is hier niet gebeurd, en dat is jammer.

Hoe verklaar je dat?
El Arbi: Een actiefilm is technisch erg moeilijk. Acteurs die praten zijn veel makkelijker in beeld te brengen dan acteurs die door de straten rennen of actiescènes met pyrotechniek. Als ik de volgende jaren wat meer in Brussel blijf, kan ik misschien lesgeven in actiescènes. (Lacht)

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni