Miwako Van Weyenberg: "Als je twee culturen hebt, creëer je zelf je eigen derde cultuur."

Interview

Filmmaker Miwako Van Weyenberg: ‘Een droomparcours is er niet, film is vechten’

Niels Ruëll, Renée Vervaet
© BRUZZ
25/03/2025
Updated: 26/03/2025 15.43u

Omdat ze niet kon tekenen, begon de 14-jarige Miwako Van Weyenberg te experimenteren met de minicamera van haar vader. Zeventien jaar later presenteert de Brusselse haar fijngevoelige langspeelfilmdebuut Soft leaves. “Sinds die eerste nagemaakte Japanse kerstcommercial ben ik niet meer gestopt met filmen.”

Miwako Van Weyenberg

  • Filmregisseur en -scenarist (31), die in Brussel opgroeide en via haar moeder nauw verbonden is met Japan
  • In 2014 won ze de VAF Wildcard met haar RITCS-film Hitorikko
  • Haar eerste langspeelfilm, Soft leaves, beleefde in januari zijn wereldpremière op het International Film Festival Rotterdam

Nieuwe talenten uit Brussel blijven de Vlaamse film maar versterken. Na Leonardo Van Dijl met Julie zwijgt, Anthony Schatteman met Young hearts en broers Ish & Monir Ait Hamou met BXL, debuteert ook Miwako Van Weyenberg uit Molenbeek en Vorst. In de intieme coming-of-agefilm Soft leaves belandt Julien (Geert Van Rampelberg), de vader van de jonge Yuna (Lill Berteloot) in een coma. Onverwacht duiken haar moeder en halfzusje weer op in haar leven en dat van haar grote broer Kai (Kaito Defoort). De nieuwe wind waait de stille Yuna alle kanten tegelijk op.

Op de festivals van Rotterdam en Oostende kon Van Weyenberg alleen maar vaststellen dat Soft leaves niet op een koude steen valt. Mensen zochten haar na de vertoningen gretig op voor een persoonlijke ontboezeming of lompe vraag, en dat vindt ze uitstekend. “Soft leaves heeft zeven jaar in mij geleefd,” vertelt ze. “Die nagesprekken helpen de film op eigen benen te staan. Mensen voelen dat ik iets persoonlijks deel en dat zet voor hen de deur open om ook persoonlijk te worden. Ik krijg vaak de vraag welke boodschap ik wil meegeven. Maar ik ben niet zo’n boodschapper. Liever start ik een dialoog met het publiek.”

Voel je je anders nu die eerste langspeelfilm geen droom meer is maar een feit?
MIWAKO VAN WEYENBERG: Die langspeler verandert niet zoveel. Maar hij staat wel voor een persoonlijke evolutie. Zeven jaar geleden had ik meer moeite om plaats in te nemen. Ik heb moeten leren om assertiever te zijn, dat is nodig als regisseur. Zoals veel Aziatische mensen word ik vaak te jong ingeschat. Men bleef me zien als iemand die op afstuderen stond. Ik heb moeten vechten om au sérieux te worden genomen.

Je hebt ook zeven jaar moeten vechten voor Soft leaves, niet niks.
VAN WEYENBERG: Het was soms moeilijk, maar ik ben een optimistische persoon. Het hele gevecht ben ik allang vergeten, nu denk ik: ‘Dat was leuk, laten we dat nog eens doen.’
Mensen dichten me soms een droomparcours toe, maar dat bestaat niet. Film is blijven vechten om iets te willen en mogen vertellen. Ik ben me er altijd bewust van geweest dat ik tegenslagen zou kennen, me zou moeten bewijzen. Dat hoort erbij. Alleen is film vaak iets heel persoonlijks, waardoor je alles ook persoonlijk opneemt.

"Ik krijg vaak de vraag welke boodschap ik wil meegeven. Maar ik ben niet zo’n boodschapper. Liever start ik een dialoog met het publiek.”

Miwako Van Weyenberg

Yuna vindt troost in tekenen. Jij uit je via film. Hoe is dat begonnen?
VAN WEYENBERG: Gek genoeg in het tekenen. Of liever: in het niet kunnen tekenen. (Lacht) Ik zat op de Academie Beeldende Kunsten Anderlecht, maar al snel was duidelijk dat tekenen niet mijn ding was. Op mijn 14e vroeg ik voorzichtig of ik eens iets anders mocht doen. De leerkrachten vonden het prima, als het maar creatief was. En dan ben ik beginnen te experimenteren met de minicamera van mijn vader.
Voor de eindejaarsexpo maakte ik een Japanse kerstcommercial na. Dat was het enige wat ik kon bedenken. Als kind was ik al geobsedeerd door die commercials, mijn Japanse grootmoeder stuurde me elke maand VHS-cassettes vol met die filmpjes. Omdat niemand voor me wou acteren, speelde ik zelf de zes rollen. Ik vond het leuk en ben films blijven maken.

Net als Yuna ben je vertrouwd met de Belgische én Japanse cultuur. In Brussel is dat niet zo bijzonder.
VAN WEYENBERG: Ik woon al mijn hele leven in Brussel. Ik ben opgegroeid in Molenbeek en woon nu in Vorst. Een mix van culturen is hier inderdaad een vanzelfsprekendheid. De leefwereld van Soft leaves is de leefwereld die ik ken. Ik kan me inbeelden dat als ik in een Vlaams dorp zou wonen, de focus van de film meer zou liggen op hoe het is om Aziatisch te zijn in een wit land. Maar dat is niet wat ik wil vertellen. Soft leaves gaat over de natuurlijke mix en hoe de zoektocht naar je identiteit verloopt binnen twee culturen in een familie.

Het is wel een stuk makkelijker om in Brussel een gemeenschap te vormen dan in pakweg Zwevezele. Speelt de Japanse gemeenschap van Brussel een grote rol in je leven?
VAN WEYENBERG: Ik ben in die gemeenschap opgegroeid. Een privilege, en misschien ben ik daardoor bijna blind voor het feit dat het buiten Brussel niet zo vanzelfsprekend is. Van maandag tot vrijdag ging ik naar een montessorischool en op zaterdag ging ik met de metro naar de Japanse school in Oudergem. In Zwevezele kan dat niet. Qua leerstof was het best heftig, maar zo kon ik wel in contact blijven met twee culturen. Ik volgde ook balletles bij een Japanse choreografe.

Heeft Brussel ook nadelen voor wie twee culturen heeft?
VAN WEYENBERG: Ik hoor vaak dat het een cadeau is om in een grootstad op te groeien. Maar dat ligt niet per se aan ‘de grootstad’. Tokio is ook een grootstad, maar multicultureel is ze niet. Brussel wel.

In de intieme coming-of-agefilm Soft leaves belandt Julien (Geert Van Rampelberg), de vader van de jonge Yuna (Lill Berteloot) in een coma. Onverwacht duiken haar moeder en halfzusje weer op in haar leven en dat van haar grote broer Kai (Kaito Defoort). De nieuwe wind waait de stille Yuna alle kanten tegelijk op.

Het is niet omdat ik van Brussel ben dat ik nooit op racisme ben gebotst. Dat zou een gigantische misvatting zijn. Er is ambiguïteit. Het schone en het lelijke van de stad komen samen. Maar het is wel in Brussel dat ik mij thuis voel, geaccepteerd voel en me een deel van de stad voel.

Soft leaves raakt dat racisme heel even aan wanneer Yuna wordt nageroepen.
VAN WEYENBERG: Wie het wil zien, ziet het. Het is voor mij belangrijk om het op die voorzichtige manier binnen te smokkelen. Ik wil niet preken. Maar het bestaat wel, het komt voor, je krijgt ermee te maken en het beïnvloedt je. En dus wil ik het niet negeren.
Natuurlijk heb ik al de meest absurde racistische uitspraken te horen gekregen. Soms zo absurd dat ik erom moet lachen, terwijl het niets is om mee te lachen. Zelf vind ik vooral de kleine ongevoeligheden vervelend. Zo word ik vaak in het Engels aangesproken: “Hello, nice to meet you.” Dat is iets kleins, maar het geeft je wel het gevoel ‘de andere’ te zijn.

Herken je veel van jezelf in Lill Berteloot, je jonge hoofdrolspeelster?
VAN WEYENBERG: Toen ik Lill zag, wist ik meteen dat ik mijn actrice had gevonden. Mensen zeggen dat we op elkaar lijken. Maar we herkennen ook veel in elkaar, we zouden zussen kunnen zijn. We hebben allebei een Belgische vader en een Japanse moeder. En ook onze manieren van zijn en doen lijken op elkaar. Onze vertrouwensband is sterk.

Muzikant Kaito Defoort doet het ook goed als Yuna’s grote broer.
VAN WEYENBERG: Ik had via via over hem gehoord, en sprak zonder casting met hem af. Tijdens corona hebben we een wandeling gemaakt in het Warandepark en niet over de rol maar over onze levens gepraat, over half-Japans zijn en opgroeien in Brussel. Het is een lange wandeling geworden. (Lacht)

Er zijn veel goede filmregisseurs in België en maar weinig middelen. Tot welke opofferingen ben je bereid om een tweede langspeelfilm te maken?
VAN WEYENBERG: Ik kies voor onzekerheid en neem er de opofferingen bij. Mijn beide ouders zijn beroepsmuzikanten. Ik ben opgegroeid in een omgeving waarin een 9-tot-5-structuur en een maandelijks loon niet bestonden. Ik heb gezien hoe mijn ouders het hebben doen lukken. Bovendien heb ik geen keuze, ik zou niet weten wat ik anders zou doen. Net zoals ik ook niet weet waarom ik films maak, al zegt dat misschien wel genoeg. Film is gewoon waarvoor ik leef.

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni