De nieuwe federale regering wil de sigaret ook van horecaterrassen bannen. Of en wanneer die maatregel ingeburgerd zal raken, is nog maar de vraag. In bijna een op de tien horecazaken wordt er zelfs nog binnen gerookt, veertien jaar na het verbod. BRUZZ trok op kroegentocht langs een aantal Brusselse cafés waar bezoekers nog ongegeneerd een sigaret opsteken. “Mijn ogen prikken van de rook, maar wat een gezelligheid.”
©
Ivan Put
Lees ook: Jette verbiedt roken in openbare parken
"We roken hier als Turken,” lacht de uitbater van een café met uitsluitend mannelijk en, jawel, Turks cliënteel. Aan de buitenkant valt er niets te zien: de ramen van het café op een hoek van de Haachtsesteenweg in Sint-Joost-ten-Node zijn volgeplakt met verkiezingsaffiches van Emir Kir. Binnen blijft een viertal speelautomaten onaangeroerd. Hier gokt men liever à l’ancienne: in goed gezelschap en met speelkaarten. En met een sigaret, natuurlijk.
Ook zij die alleen voor de dampende thee of de videoclips op de haperende televisie komen, trekken de rook van de ene na de andere sigaret naar binnen. Als vanzelfsprekend zet de barvrouw bij elke nieuwe klant naast het schaaltje met nootjes een koket, lichtroze asbakje neer. Pas als het echt te nevelig wordt, gaan de ramen op kiepstand. “Rond 17.00 uur beginnen ze al te zagen aan de kop van dat meiske: ‘Mogen we alsjeblieft roken?’,” zegt de praatgrage uitbater, als BRUZZ hem vraagt of roken hier altijd mag. “Terwijl ze maar al te goed weten dat ze moeten wachten tot 20.00 uur.”
De patron bepaalt de regels, en blijkbaar ook om hoe laat die wegvallen. Aan een ander hoekcafé, dit keer in Molenbeek, staat de baas zelf netjes op het terras, in de snijdende wind, te roken. Even later kijkt de serveerster hem twijfelend aan wanneer we vragen of we binnen een sigaret mogen opsteken. De indringende nicotinegeur en verbruinde muren van de zaak geven weg dat we niet de eersten zijn met dit verzoek. Een blik op de klok, die bijna 23.00 uur slaat, geeft de patron voldoende gemoedsrust. Tussen de zwijgende mannen, die elk apart aan een tafeltje zitten, brengt de serveerster wat kleur, met haar gouden sandalen, witte sokken en knalroze lippenstift, die de contouren van haar mond ver overschrijdt. Wanneer ze bij elke klant een tot asbak verworden koffieschoteltje zet, komen de sigarettenpakjes als bij toverslag een voor een tevoorschijn.
Boetes
“Overdag wordt er bijna niet binnen gerookt. Maar hoe later op de avond, hoe sneller de regels vervagen,” zegt het hoofd van de federale inspectiedienst Paul Van den Meerssche. Zijn teams trekken eropuit om inbreuken tegen het rookverbod op te speuren en boetes uit te schrijven. Dat doen ze al sinds het verbod op binnen roken in de horeca van 1 juli 2011. Boetes kunnen oplopen van 208 tot maar liefst 8.000 euro. Recidive en verzwarende omstandigheden, zoals de aanwezigheid van minderjarigen, drijven de prijs op. Een betrapte roker draait niet altijd zelf voor de boete op. “Als iedereen ongegeneerd rookt in het zicht van de uitbater, wordt de zaak gestraft,” zegt Van den Meerssche. “Maar als een enkeling stiekem in een hoekje een sigaret opsteekt, betaalt die natuurlijk zelf de boete.”

©
Ivan Put
“In al die jaren heb ik nog maar één keer een boete gekregen,” vertelt de Turks-Brusselse uitbater in Sint-Joost, terwijl hij teken doet naar de barvrouw om het asbakje te verversen. “In een van mijn zes zaken stak een mec tijdens het gokken een sigaret op. Die 700 euro heb ik zelf mogen ophoesten.” Toch denkt hij er niet aan de sigaret uit zijn cafés te bannen. “De mensen luisteren niet als ik er iets van zeg. En plus, mijn cliënteel is als een familie, ik wil hun die gezelligheid niet afpakken. Het is al moeilijk genoeg om een zaak draaiende te houden.”
Gewonnen slag
Van de 2.290 Belgische horecazaken die de FOD Volksgezondheid in 2024 bezocht, respecteerde 9,2% de regels niet. Het jaar ervoor was dat maar 7%. (Specifieke cijfers over Brussel kon de administratie niet geven.) Die lichte stijging noemt Annelies Wuyten van de FOD Volksgezondheid geen echte reden tot paniek. “De controleurs gaan vooral langs als we klachten ontvangen, dus is het logisch dat het percentage niet noodzakelijk daalt.”
Aparte rookruimtes mogen tot dusver wel nog, zolang ze niet meer dan een kwart van de zaak beslaan en van een goede afzuiginstallatie zijn voorzien. Dat blijkt vooral een probleem in shishabars, waar er niet altijd zo’n afgesloten ruimte is. “Ze trekken het totale aantal inbreuken flink op, met meer dan 60 procent overtredingen,” zegt hoofdinspecteur Van den Meerssche. Ook in nachtclubs blijft binnen roken een probleem, omdat mensen meer moeite moeten doen om naar buiten te gaan,” weet hij. “In gewone cafés is de slag, op een paar uitzonderingen na, gewonnen.”
“Overdag wordt er bijna niet binnen gerookt. Maar hoe later op de avond, hoe sneller de regels vervagen”
Hoofd van de federale inspectiedienst
“Zolang er geen flikken zijn, is het tout à fait oké,” schreeuwt de jonge barman, met een sigaret tussen zijn lippen, over de toog van een luid café in de Marollen. Dat hij niet helemaal naar buiten moet om zijn rookpauze te nemen, lijkt erg tijdsefficiënt in een stampvolle keet als deze. Het zweet van de studenten en jongvolwassenen neutraliseert de rookgeur, maar de peuken die oplichten in het donker liegen er niet om: ook hier wordt gerookt, en nog geen klein beetje. Een aangeschoten dame aan de toog legt haarfijn uit hoe dat in zijn werk gaat. “Je neemt een bierkaartje, plooit de hoekjes om en je hebt een homemade asbak. Zo toon je respect voor het café.”
Weg met de wetgeving
De Brusselse horecafederatie vindt het niet meer dan normaal dat er binnen niet gerookt mag worden. “Maar we zijn het wel beu dat elke maatregel tijdelijk is. Toen het rookverbod inging, hebben uitbaters geïnvesteerd in verwarmde terrassen en rookruimtes. Met de nieuwe wetgeving is dat voor niets gebleken,” zegt algemeen directeur Kamila Ostrowska. “Een verbod op de terrassen zal klanten weghouden, of ze naar andere plekken in de buurt verjagen. Meer conflicten met buurtbewoners en financiële katers kan iedereen missen als kiespijn. De sector buigt zich telkens braafjes naar de wetgeving, maar we krijgen er amper iets voor terug.”

©
Ivan Put
| De patron bepaalt de regels, en ook om hoe laat ze wegvallen, blijkt in een café in Sint-Joost-ten-Node. “Rond 17.00 uur beginnen ze al te zagen of ze binnen mogen roken,” vertelt de uitbater. “Terwijl ze maar al te goed weten dat ze moeten wachten tot 20.00 uur.”
In een gokcafé aan metrohalte Simonis gaan ze creatief om met de wetgeving. Op de voordeur hangt ostentatief een sigaret met een rode streep door en er is een aparte rookruimte voorzien, waarvan de deur weliswaar wagenwijd openstaat. En er wordt meer gepaft naast dan in het hok. Aan de flikkerende gokmachines geven enkele afgeleefde types elkaar een sigaret of gerolde toeter van een iets langer formaat door. De papieren bekertjes, gevuld met stinkend saffensap, staan enkel op de tafels achteraan. “Vooraan mag je niet roken, daar zit je te veel in het zicht,” legt de barvrouw uit. Een gezelschap met drie jonge kinderen lijkt zich niets aan te trekken van de rookgeur en neemt plaats in het niet bijster gezellige interieur. Gelukkig kiezen ze voor een tafeltje vooraan.
‘Zolang er geen flikken zijn, is alles oké’
Populair café in de Marollen
Het gevoel dat er geen gevolgen aan hun illegale rookgedrag hangen, leeft duidelijk sterk in de Brusselse cafés. In 2019 kwam er aan het licht dat het Brusselse parket meer dan 90 procent van de onbetaalde rookboetes seponeert. “We weten allemaal dat ze daar overbevraagd zijn,” reageert Van den Meerssche. Is boetes uitschrijven dan wel de oplossing? “We zijn al blij dat er een mentaliteitsverandering is gekomen. Eerst was er veel protest, maar dat ging snel liggen,” zegt hij. “Iedereen beseft ondertussen dat binnen roken niet meer van deze tijd is.”
Charmante Brusselse kroeg
“In het begin vond ik het heel vreemd dat ik binnen mocht roken,” zegt een Italiaanse expat in het café in de Hoogstraat. Hij staat met een sigaret in zijn mond aan een kickertafel en onderbreekt zijn wedstrijd met veel plezier om op onze vragen te antwoorden. “Normaal gezien stoor ik me verschrikkelijk aan die sigarettenwalm in de horeca, zeker wanneer ik zelf aan het eten ben. Maar nu ik al wat biertjes verder ben, maakt het allemaal niet zoveel meer uit. En ik steek er zelf natuurlijk ook eentje op.”
Niet iedereen vindt het fijn om zijn vrijdagavond in de rook door te brengen. Buiten ontvlucht een horde rokers en niet-rokers even het drukke etablissement. “Ik kom hiernaartoe voor de sfeer. Oké, het stinkt binnen naar de rook, en mijn ogen prikken er soms van,” zegt een jonge vrouw met een blond matje, “maar dat is ook de charme van een echte bruine, Brusselse kroeg. Iedereen doet waar hij zin in heeft, tout passe ici. Alle regeltjes stellen we even uit tot na het weekend.”
Door de gevoelige aard van het onderwerp maakten onze reporters zich niet kenbaar als journalist bij het maken van deze reportage. Namen van getuigen en horecazaken worden daarom niet genoemd.
Lees meer over: Brussel , Samenleving , roken , rookverbod , sigaretten