Als het over drugsoverlast gaat kennen we het verhaal van bewoners, politie, gerecht, hulporganisaties en gebruikers. Alleen de drugsdealer, die hoor je zelden. BRUZZ ontmoette ex-dealer Michel (30)*, die sinds zijn veertiende geregeld drugs verkocht. “Zonder geweld kan je je vandaag niet meer staande houden.”
©
Delphine Frantzen
Als we met de ex-dealer afspreken, weten we niet helemaal wat we moeten verwachten. Maar Michel blijkt een bedaarde jongeman, die onder zijn hoodie behoedzaam zoekt naar de juiste woorden. Beetje bij beetje ontvouwt zich zo een panorama van de drugswereld van binnenuit. Het is een wereld waarin Michel de afgelopen zestien jaar niet permanent leefde, maar wel steeds weer werd ingezogen. “Soms probeerde ik eens een normale job, maar ik vond nooit echt mijn ding.” Wat volgt, is zijn persoonlijke verhaal, maar dat relaas sluit wel opvallend vaak aan bij het beeld dat politie en gerecht de afgelopen jaren schetsten.
Michel is zeven als hij uit Afrika arriveert met zijn ouders, die er een moeilijke verhouding op na houden. Opgroeien doet hij in een buitenwijk van Brussel, waar voetbal jarenlang zijn leven domineert, op straat en in teamverband. “Ik speelde van 's ochtends vroeg tot er ‘s avonds geen licht meer was.”
"Ik begon met dealen toen ik stopte met voetbal. Achteraf beschouwd is sport een probaat middel om je weg te houden van criminaliteit"
ex-dealer

De puber is veertien als hij stopt met voetbal in clubverband en gaat rondhangen met de oudere jongens uit de wijk. “Ik ging mee naar feestjes, er waren meisjes en je had wat geld nodig om dat leven te leiden. Ik begon stommiteiten uit te halen: dealen, geweld. Achteraf beschouwd is sport een probaat middel om je weg te houden van criminaliteit.”
Het is een van de ‘grands frères' naar wie hij opkijkt, die hem in die periode wat wiet toestopt. “Ik kreeg voor 60 euro drugs en maakte daar 60 euro winst op, waarvan nog eens de helft naar die oudere jongen ging. Het was erg eenvoudig, ik moest geen voorschot betalen en er was geen tijdslimiet. Ik verkocht wat op school, hing wat rond in het centrum en deelde daar mijn telefoonnummer uit.”
Cocaïne als motor
Het systeem van toen – we schrijven 2010 als Michel begint met dealen – bestaat vandaag amper nog. “Ergens tussen 2013 en 2015 is er veel veranderd op de drugsmarkt,” legt de ex-dealer uit. “Ik moest in die tijd voor het eerst naar de gevangenis en toen ik weer vrijkwam, bleek de straatverkoop vooral geregeld op vaste plekken, die toebehoorden aan bepaalde bendes. Een aantal mensen had daarmee het systeem van de Franse banlieues gekopieerd. Dat heeft voordelen: klanten weten dat ze er altijd drugs kunnen vinden zonder zoeken of wachten. Voor de bendes betekent zo'n plek meer inkomsten, maar zelfstandige dealers worden er niet getolereerd.”

©
Delphine Frantzen
Er is nog een tweede gamechanger in die jaren: de verkoop van cocaïne gaat crescendo. “In de gevangenis ontmoette ik erg jonge delinquenten die op die manier veel geld hadden verdiend. Zodra ik vrij was, begon ook ik daarmee. De winst bleek vele malen groter dan bij wiet. In plaats van 1.600 euro per maand verdiende ik er plots 6.000. Als je weet dat veel mensen in mijn omgeving toen een minimumloon van 1.200 euro netto kregen …”
Gevaarlijke crackbusiness
In tegenstelling tot cannabis wordt cocaïne niet op elke dealplek verkocht. “Als je ziet dat een bepaalde spot erg groot is, dan is er zonder twijfel cocaïne in het spel. Dat is niet enkel zo in Peterbos in Anderlecht, maar zeker ook aan het Bethlehemplein in Sint-Gillis of aan Clemenceau in Anderlecht, waar nu voortdurend wordt geschoten. Aan Clemenceau vind je zowat alles, tot crack toe.” Met die laatste drug liet Michel zich nooit in. “Crack is een gevaarlijke business. De klanten zijn zelden stabiele mensen, ze zijn verslaafd en missen werkelijkheidszin. Cocaïne is anders. Ik zag gewone mensen, advocaten, cipiers …”
"Ik vrees dat het al te ver is ontspoord om die spiraal van geweld nog te stoppen. Mocht ik kinderen hebben, ik zou wellicht verhuizen"
Ex-dealer

Meer geld betekent meer geweld. Die analyse van politie en gerecht bevestigt de voormalige dealer volmondig. “Vroeger merkte ik bij de dealers een soort verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de wijk waar ze waren opgegroeid. Dat is grotendeels verdwenen. Geweld is een basisingrediënt geworden van de drugshandel. Als je niet bereid bent om het te gebruiken of ermee te dreigen, dan kan je je niet meer handhaven. Op straat zijn er geen advocaten of gerecht, een conflict eindigt dus meestal met geweld.”
De golf van geweld is een van de redenen die Michel overtuigden om te kappen met dealen. “Ik vind het triest voor Brussel en vrees dat het al te ver is ontspoord om die spiraal nog te stoppen. Mocht ik kinderen hebben, ik zou wellicht verhuizen.”
Journalist Kris Hendrickx vertelt in de studio van BRUZZ 24 over zijn onderzoek en reportage.
Weinig te verliezen
Een belangrijke factor bij dat geweld: steeds meer drugscriminelen hebben maar weinig te verliezen. “De voorbije jaren zag ik vaker mensen van buiten Brussel of België verkopen, vaak jongens zonder papieren. Die mensen komen soms uit gebieden waar geweld veel gewoner is. Daarnaast respecteren ze Brussel minder, omdat ze geen band met de stad hebben. Ze kennen de ouders niet van de jongens op wie ze schieten, ze identificeren zich niet met de buurt waar ze verkopen.”
Bendes die een dealplek proberen over te nemen, gebruiken dat type mensen. “Voor aanvallen, maar ook als verkoper op een vers veroverde plek. Je weet immers dat je daar represailles mag verwachten en dan plaats je geen vertrouweling. De leiding van een bende blijft trouwens vaak in handen van Brusselaars die een paar jaar ouder zijn.”

©
Delphine Frantzen
Een verkoopplek al schietend overnemen is één optie. Het kan efficiënter. “Kennissen namen bijvoorbeeld een dealspot over zonder een schot te lossen: het volstond om een paar keer de wapens te tonen en de lokale dealers ervan te overtuigen dat ze bereid waren om raak te schieten. Want schieten en schieten om te doden zijn twee heel verschillende dingen. Uiteindelijk hebben de nieuwe bazen de oorspronkelijke verkopers zelfs in dienst gehouden en de chefs vervangen. Vergelijk het met een winkel overnemen en het personeel behouden. Dat is veiliger, want dan lopen er minder gefrustreerde ex-dealers rond.”
Een ander scenario bestaat erin om niet de hele dealplek over te nemen, maar de dealer te beroven, sauter des dealers. “Die overvallers observeren gewoon wie veel verkoopt en overvallen die dan later, bijvoorbeeld op weg naar huis. Dat zag je vroeger amper. Als dealer ben je daardoor altijd op je hoede. Ik controleerde standaard of er geen tracker onder mijn auto zat.”
Leve de vuile buurt
Het gebrek aan respect voor de stad en haar bewoners uit zich niet enkel in geweld, maar ook in vuile buurten, ziet de ex-dealer, die daar een bewuste strategie in ontwaart. “Als je een buurt vuil houdt, komen enkel de klanten er nog en zijn er minder klachten van andere mensen, waardoor er minder politie langskomt. Als je in een superverzorgde woonbuurt zou dealen, dan jaagt de politie je meteen weg. Op een verwaarloosde plek gaan de agenten hooguit af en toe eens controleren.”
Een Uber voor drugs
De vaste verkoopplekken zijn maar één manier om drugs te slijten. De stuff door een koerier laten bezorgen is een andere. “Vergelijk het met Uber Eats,” legt Michel uit. “In zo'n systeem speel je of callcenter of chauffeur. In de eerste rol noteer je bestellingen en geef je die door aan de chauffeur. In de tweede rij je rond en lever je op de plek van afspraak. Dat kan met de auto, maar afhankelijk van de afstand gebeurt het met steps, fietsen of motorfietsen.”
In het 'systeem callcenter' wordt vooral cocaïne verhandeld, een drug waarvan de winstmarges hoog genoeg zijn om op een plek van afspraak te leveren. De werkwijze heeft het voordeel dat het een stuk veiliger is dan de verkoop op vaste plekken. “Alleen mensen op een lijst met betrouwbare personen mogen immers drugs bestellen.” De rollen van callcenter en bestuurder combineren is overigens geen goed idee. “Als die multitasker wordt opgepakt, neemt de politie ook het telefoonnummer in beslag waar alle klanten naar bellen. Dan is de hele winkel meteen opgedoekt.”
"Ik zag meermaals dat de islam jongeren tegenhield om in de drugshandel te stappen. En dat zeg ik als niet-gelovige met een katholieke opvoeding”
Ex-dealer

Het verhaal van Michel lijkt bijwijlen zo uit een televisieserie te komen, en die link is niet helemaal toevallig. “Veel mensen in het drugsmilieu hebben series als The Wire (over drugscriminaliteit in Baltimore, red.) of Gomorra (idem in de voorsteden van Napels, red.) gezien. Zelf vind ik die twee reeksen bijzonder goed gemaakt.”
Die series zijn niet enkel gebaseerd op de realiteit, ze beïnvloeden ze op hun beurt ook weer, legt Michel uit. “In The Wire beslissen de autoriteiten op een bepaald moment om alle verkoop te concentreren in enkele straten, die ze 'Amsterdam' noemen. Ik hoorde Brusselse dealers al discussiëren of dat misschien geen goed idee zou zijn hier.”
De voorbije jaren werden drugsgeweld en -overlast steeds meer een gespreksonderwerp in Brussel. Een zaak zit Michel daarbij dwars. “Nogal wat mensen leggen snel de link tussen dealen en moslims, maar op het terrein zag ik vaak het tegendeel. De islam bleek meermaals net een obstakel dat jongeren tegenhield om in de drugshandel te stappen. En dat zeg ik als niet-gelovige met een katholieke opvoeding.”
Justitiehuis als reddingsboei
Sinds een jaar of twee jaar helpt het justitiehuis Brussel Michel om uit het drugswereldje te raken. Een justitiehuis heeft veel taken, maar een daarvan focust op individuele begeleiding van daders, om zo de kans op recidive te verkleinen. Een keer per maand ontmoet Michel er zijn justitieassistente, die hem op weg helpt naar een opleiding, werk en permanente huisvesting. “In het justitiehuis ervaar ik veel begrip, ook als ik eens niet alles perfect doe en niet meteen reageer.” Het justitiehuis controleert daarnaast ook of Michel wel de voorwaarden vervult die het gerecht hem heeft opgelegd en rapporteert daarover.
Ondanks de vele duizenden euro's die hij verdiende, woont Michel vandaag nog in een opvangstructuur. “Als dealer word je al snel je eigen cliché. Je hebt veel geld, dus ga je ermee pronken en het uitgeven. De laatste jaren deed ik dat veel minder, maar het gerecht heeft me bij verschillende veroordelingen in totaal voor 50.000 euro aan boetes opgelegd, voor winst die ik zou gemaakt hebben. Alleen heb ik dat geld niet en kan ik het gerecht niet zomaar betalen. Een goed systeem vind ik die boetes niet. Ik wil nu echt wel uit dat wereldje, maar een ander zou geneigd kunnen zijn om net opnieuw te gaan dealen om die schuld af te lossen.”
"Mijn eerste veroordeling voor drugs was een voorwaardelijke gevangenisstraf, waardoor er niets concreets gebeurde. Een werkstraf had me misschien nieuwe inzichten gegeven"
Ex-dealer

Wat had hem bij de drugs kunnen weghouden? Zijn antwoord kan verrassend klinken. “Mijn eerste veroordeling voor drugs was een voorwaardelijke gevangenisstraf, waardoor er niets concreets gebeurde. Ik had liever een werkstraf gekregen, dat is een veel sterker signaal, dat me misschien nieuwe inzichten had gegeven. Een voorwaardelijke straf is enkel een zwaard van Damocles boven je hoofd en een 'Trek je plan maar'.”
De voorbije zestien jaar belandde Michel drie keer in de gevangenis, waarvan twee keer voor drugshandel. Vandaag is hij de dealerwereld spuugzat en verlangt hij naar een rustig leventje, zonder al die heisa en het gevaar. “Je mag dan veel geld verdienen, het is echt geen makkelijk leven: stress om opgepakt te worden, druk van concurrenten, lange shifts. Als je een probleem krijgt met dealers of politie, kan je snel alles kwijt zijn, je hebt geen sociale bescherming. Geef mij maar een gewone job en in een ideaal scenario une femme bien.”
*Michel is een schuilnaam.
Lees meer over: Brussel , Veiligheid , Samenleving , cocaïnedealer , dealer , drugsgeweld , drugs , justitiehuis brussel
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.