Deze week rolt de laatste wagen van de band bij Audi in Vorst. Daarmee komt er een eind aan 75 jaar automobielgeschiedenis in de gemeente. De relatie met de omwonenden en de lokale politiek ging niet altijd over rozen. Voor de horeca van de Sint-Denijswijk was de autofabriek wel een zegen. “We leverden frieten en durums aan de poort.”


©
Saskia Vanderstichele
| Le Break, één van de cafés vlak bij de fabriek waar de arbeiders van Audi jarenlang verzamelden.
Vorst neemt na 75 jaar afscheid van Audi: 'Bij de ploegwissel stonden de pinten al klaar'
Ik heb het allemaal zien groeien,” vertelt Annie Richard, die ruim zestig jaar in de buurt van de fabriek woont en voorzitster is van de Historische Kring van Vorst. “Vroeger waren de terreinen langs het spoor een moerassige woestenij. Omdat de grond goedkoop was en er een spoorlijn liep, vestigden zich vorige eeuw in Laag-Vorst allerlei industriële bedrijven.”
Ook D'Ieteren bouwde eind jaren veertig van de vorige eeuw op deze plek een autofabriek, vlak bij het stationnetje Vorst-Zuid. Aanvankelijk werden er Studebakers uit Amerika geassembleerd, daarna de Kevers van het Duitse Volkswagen-concern. In 1970 kocht VW de site over en moderniseerde de werkplaats. “De drie ploegen, ochtend, middag en nacht, bepaalden het ritme van de buurt,” herinnert Richard zich. “Veel arbeiders kwamen met de wagen en parkeerden in de straten. Afgaande op het gerij bij de wissel van ploegen wist je precies hoe laat het was.”
Toen VW Vorst er in 2006 de brui aan gaf, nam Audi, een dochter van VW, de site over, samen met de helft van de ongeveer zesduizend werknemers. Bij de herstructurering werd de nachtploeg afgeschaft.
In de jaren nadien bouwde Audi de site in Vorst verder uit. Het resultaat is een mastodont van 2,5 kilometer lang en 54 hectare groot langs de Britse Tweede Legerlaan. “Spuuglelijk,” vindt Richard de fabriek met de bekende gevel in beige metaalplaat, “maar wel rigoureus onderhouden en smetteloos.”

©
Saskia Vanderstichele
| De gevel en het bekende logo met de vier ringen zijn besmeurd.
Smetteloos zijn de gebouwen al enkele maanden niet meer. De gevel en het bekende logo met de vier ringen zijn besmeurd door verfbommetjes. Voor de hoofdingang staan slordige vakbondstentjes. Eromheen in het gras liggen stoelen en zetels, en achtergelaten, boze spandoeken. Het zijn de restanten van maandenlang verhit actievoeren nadat het Duitse concern vorig jaar duidelijk had gemaakt dat het zijn nieuwe Q8 e-tron niet meer in Vorst zou maken, maar in Mexico.
Eerst werd nog naar een overnemer gezocht, maar toen dat niet lukte, besliste de Audi-directie om op 28 februari de productie definitief stop te zetten. Drieduizend mensen komen daarmee zonder werk te zitten.
Woensdagmiddag, anderhalve week voor het einde. In de vrijwel lege Bar du Bempt, vlak bij de Audi-uitgang, zitten twee mannen en een vrouw aan de koffie, arbeiders van de fabriek. “Het is voorbij,” zegt een van de mannen, 44 jaar oud en 17 jaar in dienst van Audi. “Ik ben vandaag nog een laatste keer naar binnen geweest om mijn kluisje leeg te maken.” Al een paar maanden zit hij betaald thuis, net als het gros van zijn collega's. De laatste weken is er wel opnieuw gewerkt in het bedrijf, maar enkel door een kleine ochtendploeg die de allerlaatste wagens afmaakt.
De mannen vinden de sluiting vooral sneu voor hun vrouwelijke collega. “Wij deden alle drie exact hetzelfde werk, maar zij is in dienst van een toeleverancier en krijgt dus niet de extra vertrekpremies die de vakbonden voor ons wisten te bedingen.”
Mon P'tit Lou te koop
De Bar du Bempt is een van de vele kroegen in de buurt van de fabriek waar de arbeiders jarenlang verzamelden. “Vroeger nog veel vaker dan de jongste jaren,” zegt Annie Richard. “De arbeiders mochten vorige eeuw buiten tijdens hun pauze. Ze gingen dan snel pinten pakken, bijvoorbeeld in La Barrière, een café aan het spoor dat inmiddels is afgebroken.” Naar verluidt stond het bier al klaar op de toog als de pauze begon.

De uitbater van sandwicherie Shahinize kreeg vaak telefoon van Audi-werknemers: "Vanaf 's morgens belden ze, met de bestelling en het nummer van de poort waar we moesten leveren."
Vandaag ogen stamcafés als Le Moulin, La Cox en de Kiosque stil en verlaten. Het ooit erg populaire Mon P'tit Lou staat al een tijd te koop. In Le Break, in de Stationstraat, zitten alleen achterin nog twee werknemers van de Audi-fabriek, elk met een pint bier voor zich. “Het was hier ooit veel drukker rond deze tijd,” zegt Ben, de Albanese patron van het café. “Telkens wanneer de ploegen wisselden, liep het vol, zeker op vrijdag. En twintig jaar geleden, toen we nog vierentwintig uur per dag open waren, kwamen ze om vijf uur 's morgens al binnen.”
Aan een tafeltje bij het raam zit ook buurtbewoner Didier. Hij werkt niet voor de Duitse autobouwer, maar is croquemort – lijkdrager – bij een lokale begrafenisondernemer. Als trouwe stamgast van Le Break komt hij elke middag zijn glaasje drinken. De klanten van Audi zijn ondertussen maten geworden. “Ik zal hen missen.”
Volgens hem zal de hele horeca van de Sint-Denijswijk het voelen, niet alleen de cafés, ook de snacks, pizzeria's en broodjeszaken en de Delhaize aan de Neerstalsesteenweg. “Audi liet de handel van de hele buurt draaien.”
Hij stuurt ons naar Le Saint-Denis, een met roze neon verlichte snackbar op het Sint-Denijsplein, waar Hakan Caglak, al 26 jaar eigenaar van de zaak, frieten staat te bakken. “Ik ben dertig procent van mijn cliënteel kwijt door de sluiting van Audi,” zucht hij. “Veel werknemers kwamen voor of na hun shift langs. Maar wij gingen zelf ook heel vaak tegen zes uur naar de poorten van de fabriek met een reeks bestellingen van friet en durums. Iemand wipte dan tijdens de pauze snel even naar buiten om alles in ontvangst te nemen.”
Ook de uitbater van sandwicherie Shahineze, iets verderop, kreeg regelmatig telefoon vanuit Audi. “Vanaf 's morgens belden ze, met de bestelling en het nummer van de poort waar we moesten leveren.”
"De politie van Vorst kreeg ooit twee VW-Golfs, niet helemaal geschikt voor de verkoop, maar wel in prima staat."
Oud-burgemeester van Vorst

Op het Sint-Denijsplein, met een goed zicht op de fabriek, lijken voorbijgangers en buurtbewoners niet echt aangeslagen door de nakende sluiting van Audi. Jonathan, die vlakbij woont en in de biowinkel op het plein werkt, heeft niet de indruk dat het vertrek van Audi een heel grote impact heeft op de lokale gemeenschap, al is het volgens hem wel wat minder levendig in de buurt. “De manier waarop drieduizend mensen hun werk verliezen is natuurlijk heel triest,” zegt hij. “Maar de meesten wonen niet in de buurt.”
Van de drieduizend werknemers van Audi was inderdaad slechts tien procent Brusselaar. En er werkten hooguit vijftig à zestig Vorstenaren.
Dat de autobouwer niet meer moeite deed om de lokale bevolking aan werk te helpen, steekt nog altijd bij Annie Richard. “In deze wijk is de werkloosheid hoog, vooral onder jongeren. Maar Audi vond dat ze niet het juiste profiel hadden.”
Of ze toch met enige trots kan terugblikken op de Duitse autobouwer, die Vorst bekendheid gaf tot ver over de landsgrenzen? “Vorig jaar mochten we met de Historische Kring op bezoek in de fabriek,” zegt ze. “Ik geef toe, ik was zwaar onder de indruk van de toptechnologie en de efficiëntie. Op zo'n onderneming zou je trots kunnen zijn, ware het niet dat ze nu delokaliseert om elders meer geld te gaan verdienen.”
Weinig cadeaus
Tussen het gemeentebestuur van Vorst en Audi liep het niet altijd even soepel, vertelt PS'er Marc-Jean Ghyssels, schepen in Vorst vanaf 1990 en burgemeester tussen 2012 en 2018. In die tijdspanne van bijna dertig jaar had hij veel te maken met de Duitse autofabriek, die tien procent van het grondgebied van de gemeente besloeg. “Toen ik 1990 als schepen van Stedenbouw begon, bouwde VW er maar op los, hier een hangar, daar een doorgang die afgesloten werd, terwijl ze vaak nog geen bouwvergunning hadden aangevraagd. Ik heb hen meteen te verstaan gegeven dat ze de regels moesten respecteren.”

©
Saskia Vanderstichele
| Café Mon P'tit Lou, ooit erg populair bij de Audi-werknemers, staat te koop.
Na dit moeizame begin verliep de samenwerking volgens Ghyssels redelijk goed, al was het duidelijk dat de directeuren in Vorst altijd naar de pijpen van het hoofdkwartier in Duitsland dansten en hun fabriek liefst zonder veel lokale bemoeienis bestuurden.
In de VW-periode ging het er wel gemoedelijker aan toe dan later onder het 'pretentieuzere' Audi. “Vroeger nam het bedrijf deel aan het leven in de gemeente. Ik herinner me dat onze gemeentepolitie twee Golfs van VW kreeg, niet helemaal geschikt voor de verkoop, maar in prima staat. Ook schonken ze mooie prijzen voor de tombola van de handelaarsvereniging.”
Voor de rest deed de automaker weinig cadeaus aan de gemeente. Ghyssels: “Het was altijd 'voor wat hoort wat'. Als het ook in hun belang was, werkten ze mee.” Zo renoveerde VW op eigen kosten het 'kasteel', een deel van de vlakbij gelegen Abdij van Vorst, die eigendom is van de gemeente. In ruil mocht het bedrijf het gebouw 25 jaar lang gratis gebruiken. “Als de Duitse bestuurders overkwamen, werd er in de chique salons vergaderd.”
Aanvankelijk verzette het concern zich ook tegen de aanleg van een stormbekken op hun gebetonneerde site. Dat was nodig om de overstromingen in de Sint-Denijswijk tegen te gaan. “Ten langen leste werkten ze toch mee, omdat de fabriek zelf ook af en toe onder water stond,” zegt Ghyssels.

©
Saskia Vanderstichele
| Didier, vaste klant van café Le Break, zal zijn maten van Audi missen.
Audi deed wel moeilijk toen de gemeente betaald parkeren invoerde in de Sint-Denijswijk. “Het bedrijf wilde een voorkeurtarief, maar dat hebben we geweigerd. In zulke gevallen gebruikten ze altijd dezelfde chantage: 'Als jullie het ons te moeilijk maken zijn we hier weg.'”
Zeker bij het Gewest kregen ze op die manier veel gedaan, zegt Ghyssels. “Zo ontvingen ze een compensatie voor bepaalde lokale belastingen en ook andere financiële steun. Ik vond dat niet eerlijk. Waarom kreeg deze multinational een voordeel en de kmo's van Vorst niet? En uiteindelijk gaan ze nu toch weg.”
Schrikbeeld
Wat met de toekomst van de site? Het is een vraag die Ghyssels en vele andere Vorstenaren bezighoudt. Losse ideetjes zijn er genoeg: een logistieke hub, een voetbalstadion, een oorlogsfabriek. Voorlopig zijn de terreinen en de gebouwen nog altijd in het bezit van Audi Brussels. Een team van driehonderd man zal er tegen eind van dit jaar de laatste personeels- en administratieve kwesties afhandelen en de fabriek leegmaken.
Daarna zal de site naar alle waarschijnlijkheid worden verkocht, aan een overheid of een privé-investeerder. Sowieso zal de reconversie pas kunnen beginnen na een grondige sanering van de terreinen. “De herontwikkeling wordt een heel groot en complex dossier, meent Ghyssels. “Gezien de traagheid van de procedures in dit land is de kans groot dat we er over vijftien jaar nog over aan het palaveren zijn.”
In de buurt doemt dan ook het schrikbeeld van een reuzegrote stadskanker op. “Nu is de fabriek beveiligd door bewakingsploegen en camera's,” zegt Annie Richard. “Als de site straks leegstaat en er geen beveiliging is, vrees ik dat het een no-gozone wordt, waar allerlei ongure types vrij spel krijgen.”
Lees meer over: Vorst , Economie , Audi Brussels , Audi , VW Vorst